kolderiek
|
-
ZUCHT
Lig ik in het gewas,
gelopen zo ver ik was
weg van alle oorlogen
komen uit de lucht
vluchtig als de vogels
twee kogels aangekropen
Ik vang er eentje met de hand,
de ander laat ik langzaam gaan
je moet niet alles willen hebben,
nauwelijks kun je trouwens
van iets nog op aan
|