|
.
|
-
En schrijven wij tenslotte vandaag de dag
niet de dag dat de dood om het leven kwam
en dat wij verstoord om en op keken:
ons heen en van ons
o zo gedrukt bestaan -
wat wil je? (Wat wil-ie?)
Een fooi? Meegaandheid?
Een roos verkopen? Meelij?
De dood kwam om het leven
die dag in dat onzinnig
zuinig verlicht cafe.
Jij knakt je meelij, jij koopt een roos -
je klatert op tafel je fooi en gaat mee
|
-
|