Rond, uit vouwen baren wij
als kevers. Geheven poten
tasten de purperen lucht.
Adelaarsvaren ontrollen
in lichtvleugel en krultongen,
wij ontspruiten in de ondergroei.
Roze de huid, fallus als lariks,
lork of spar. Wat maakt het uit?
Staande op het bed van geboorte,
poort van het zijn, in het licht lijkt
alles eeuwigheid, wij
één, synchroon.