gedicht
|
-
RUIMTE
De regen is verdwenen,
een stalen hand dekt de hemel af,
menig machinist zingt hier verleden
Reizigers bewegen, een komend af en aan,
traptreden lijken eindeloos hoog te gaan
maar ik zweef bandeloos naar beneden
draai buitelingen door een glazen pui
adem de stad haar vurig temperament,
zelfs de kleinste stenen schijnen mij tevreden
Zij voeden de draaischijf van dit firmament
waarover mensen bewegen als kometen,
als ruimtestof op weg gegaan
Pas op voor vallen -
denk ik rechtop te blijven staan
|