gedicht
|
-
VISSEN
Een ruis van stromen,
dat wist ik nog wel - meer niet
van wat is voorbij gekomen
Doch de vis die aan mijn haken
knaagt, water schommelen laat,
een onderwaterstorm is gebleven
De patrijs wiekt, slaat wakken
in het pad, - een staartvin
bij het krieken van de dag
is de vangst van deze nacht,
even vlot vervlogen als mijn droom
wekt de wekker mijn vissen dood
|