gedicht
|
-
WILDE RANKEN
Steek je handen in
hennarode wanten,
zalf mij met je ogendauw
Even maar de luchten blauw
en onze tuin groeit hoog,
hoger dan het heuvelland
wast de maan haar vruchten,
van over de randen draag ik
meer dan ik plukken kan,
drink wijn uit watermanden
zoet lippen eekhoorntjesbrood,
achterpoten voor de voorste
struikel, stotter, stamel ik
ben stapel verdoofd
|