gedicht
|
-
VAN BINNEN
Licht in haar gevlekte handen,
het beeld een ansichtkaart
grijzigwit, vergeelde randen
Een man in pak met zwarte hoed,
twee koetslampen starend
in de verder lege straat
De andere kant een gekrulde groet,
hun koning inkt gekroond,
gestempeld stad, een verleden jaar
Het wordt weer zomer, dacht ze
opgewekt; de man met pak
bijgezet
het deksel op de doos gedaan
|