gedicht
|
-
OOSTENDE
Alsof ik voor het eerst de bergen zag
zo herinner ik mij hun lach
alsof ik voor het eerst de zee inliep
zo diep heb ik het lief
zo mooi acht ik de mens
in deze stoere streek,
stille levensdief,
waar ik eindeloos naar de getijden keek
in ochtendgloren schreeuwende
meeuwen mij stoorden in mijn dromen,
slaap vol ruis, zout en schipperstaal,
visserszonen met zorgen
en vergeet niet
als je oprecht van het leven houdt
van de lokalen waar ze samenkomen
dansen op de zondagmorgen,
drinken Leffe, met mosselen en friet
vieren kermis op meerdere pleinen
ruw, verweerd, niet eens zo slecht
dat is fijn, bonken blijven oprecht
|