naar gedichtenbundel
                    
       Voilà, de maan en het beeld
       Hoor ze praten over de zwaarte,
       hun adem over oceanen, land 
       omrand door zee – het gepeins raakt hen

                    
            onze bol daar, ogenschijnlijk plat
            waar licht geveinsd vissen schitteren 
            de schubben schuren, een regenboog
            ongrijpbaar hoog in goud verschiet
                
                
                    waar woud in steen verdraait – zij
                    die de kloof zien, onder zomer, hier
                    krakend in vorst een nederig taalgebied –
                    vandaar al dat vertier vol bont en lover,


                            zo onderricht ons sterrenbeeld, rond
                            Nieuwjaar weer verrijst daar licht,
                            waaien bekaaide tijden stilaan over,
                            waarmee verdraaid het nieuwe komt
menu               emile budé volgende