Meer dan twintig eeuwen hebben de bewoners van Maastricht kalksteen gehaald uit
de berg. Eerst de zgn. aan de dag tredende lagen, later is men in de berg gaan
graven. Alleen de zuivere lagen zonder silex of vuursteen kon men gebruiken
voor de bouw van huizen, kerken en vestingwerken. Twintig eeuwen gangen graven
vormen de 'grotten van Sint-Pieter'. Door een aantal oorzaken zijn de grotten
in vier gebieden verdeeld. De twee noordelijke gedeelten, het Zonneberg
Gangenstelsel en het Noordelijk Gangenstelsel zijn te bezichtigen onder leiding
van een gids. De twee gangenstelsels staan met elkaar in verbinding. Het
Slavanten Gangenstelsel was het grootste stelsel, inmiddels is een flink
gedeelte afgegraven door de cementfabriek ENCI. Het Zuidelijk Gangenstelsel
stond met België in verbinding middels het Smokkelgat. Er was geen douane.
De gangen zijn bijna vier meter breed en oorspronkelijk 3 meter hoog. Men kon
niet alle bruibare mergel uit de berg halen, dus liet men kolommen van 5 tot 8
meter breedte staan. De stenen werden met een paardenkar naar buitengetrokken,
de wielnaven lieten sporen na op de hoeken van de gangen. Later heeft men de
gangen uitgediept tot 13 meter hoogte.